SUPERDEMOCRATIE - De Senaat der Dingen


Drie cultuurinstellingen gaan in oktober tijdens de tentoonstelling SUPERDEMOCRATIE in dialoog met de Belgische Senaat. BPS22 in Charleroi, BOZAR in Brussel en M HKA in Antwerpen geven de actuele problematiek van de Senaat een culturele dimensie.

1.10.2017 - 31.10.2017

Jacques Charlier

image: (c) M HKA, Privécollectie
Paysage artistique (editie 1/10), 1970
Fotografie

Het is een beetje de aanpak van Mariën, Magritte, Broodthaers: het visuele spel met woorden.

JC: Da's een feit. Op dat vlak ben ik een gevangene van de Belgische traditie van James Ensor, via Magritte, Mariën, Broodthaers en al die zaken. Het is sterker dan mezelf. Maar ik ben er niet mee bezig! Het is een verontrustend fenomeen. Vulgariteit, me onderdompelen in de populaire provinciale cultuur, het heeft dezelfde aantrekkingskracht op mij. Want dat is wat er gebeurt. Je zal merken dat al die mensen een soort fascinatie en een verlangen hebben om in een heel populaire sfeer te blijven... Dat is het Café du Commerce... Het is raar.

Heb je daar een verklaring voor?

JC: Mijn uitleg – pas op, dat is mijn visie – is dat alles zo idioot is in België, [zodanig] onderworpen aan het toeval, aan zogezegd surrealistische situaties binnen de contexten waarin we leven, dat het compleet idioot zou zijn om elders te gaan zoeken. Ik leef binnen een context die op alle vlakken zo geschift is. Er zijn dingen die nooit gebeuren in de grotere [kunst]centra, het is zodanig dwaas en het doet me zo lachen dat het me inspireert. Ik ben er zeker van dat Magritte, wandelend in de Mimosastraat met zijn straathondje – dat hij alles op straat ziet. Ensor in Oostende, hij zit vast in zijn straat. Wanneer hij naar Parijs gaat, valt hij op zijn bek. Hij maakt muziek, maakt zijn kleine spullen – het is nu pas, achteraf, dat ik tegen mezelf zeg dat het raar is, dit verlangen om aan alles een mouw te passen, niet alleen om tegen de stroom in te gaan, maar tegen de artistieke hoofdsteden. En als er iemand is die  tegen de artistieke hoofdstad was, dan wel Magritte. Hij had nog honderdduizend minder redenen dan ik om in Brussel te wonen in de tijd dat hij zijn schilderijen maakte.

Ja, dat is wat me het meeste opviel toen ik in België aankwam: die anarchistische, anti-heroïsche houding, zelfs tot in kleine familie-anekdotes. Bij ons [in Frankrijk] zitten ze altijd vol panache en hier neemt niemand ze ernstig.

Irmeline Lebeer, Tableaux sans histoires, dans : Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris, L’art en Belgique – Flandre et Wallonie au XXe siècle : un point de vue, 13 décembre 1990 – 10 mars 1991, pp. 412 - 414